woensdag, december 28, 2005

Wetsvoorstel Dirk Van der Maelen : bestrijding fiscale fraude

Wetsvoorstel voor een efficiëntere bestrijding van ernstige fiscale fraude

Mijn wetsvoorstel van 16/12/2005 wil tegemoet komen aan de hiervoor geschetste problematiek door middel van een aantal maatregelen die moeten leiden tot een efficiëntere organisatie van de strijd tegen de ernstige fiscale fraude. In de huidige stand van de fiscale wetgeving ontspringen malafide belastingplichtigen vaak de dans omwille van het feit dat de overheid niet over voldoende middelen beschikt om fraude te ontdekken. Het gevoel van straffeloosheid dat hierdoor bij malafide belastingplichtigen ontstaat werkt de ernstige fiscale fraude alleen maar in de hand. Het is duidelijk dat hieraan een einde moet komen. Het wetsvoorstel voorziet in dit verband in verschillende maatregelen.
Maatregel I - De versterking van de samenwerking tussen de parketten en de fiscale administratie
Op dit ogenblik is er bijna geen samenwerking mogelijk tussen de parketten en de fiscale administratie. Dit vormt een groot obstakel in de fiscale fraudebestrijding. De strikte scheiding tussen het fiscaal onderzoek en het strafonderzoek en het verbod op een doorgedreven samenwerking tussen het openbaar ministerie en de fiscale administratie hebben tot gevolg dat het onderzoek in fiscale fraudezaken vaak voor een groot deel door het parket moet worden overgedaan. Vandaar de veelvuldige berichten over de zeer lange doorlooptijd van fiscale fraudeonderzoeken. Dit is niet langer aanvaardbaar. Net zoals bij de handhaving van de sociale en economische regelgeving, alsook deze inzake stedenbouw, leefmilieu, volksgezondheid, moet het bij de handhaving van de fiscale reglementering mogelijk zijn dat het parket beroep doet op de knowhow en expertise van de fiscale administratie. Mijn wetsvoorstel maakt dit mogelijk.
Maatregel II - De oprichting van het fiscaal auditoraat
Een ander knelpunt in de strijd tegen de fiscale fraude is het gebrek aan fiscale expertise bij het parket. Om hieraan tegemoet te komen werd al het ambt van substituut-procureur des konings gespecialiseerd in fiscale zaken gecreëerd. Hoewel dit een lovenswaardig initiatief is, blijkt dat dit in de praktijk onvoldoende is. Een van de redenen hiervoor is dat deze gespecialiseerde substituten ook in de normale werking van het parket werden ingezet en dat zij onvoldoende beroep kunnen doen op de fiscale expertise die bij de fiscale administratie berust. Daarom wordt in mijn wetsvoorstel een apart parket opgericht, bestaande uit fiscale specialisten, dat zich uitsluitend op de vervolging van fiscale misdrijven moet concentreren. Dit fiscaal auditoraat kan worden bevolkt door het huidig kader van de fiscale substituten.
Maatregel III - De uitbreiding van de bevoegdheden van de administratie van de Bijzondere Belastinginspectie
Om het openbaar ministerie toe te laten meer en beter met de fiscale administratie samen te werken wordt voorgesteld de administratie van de B.B.I. om te vormen naar het voorbeeld van de Nederlandse Financiële Opsporingsdienst ( FIOD ) en het Duitse Finanzamt für Fahndung und Steuerstrafsachen. Het is mijn bedoeling om aan de administratie van de B.B.I. zowel fiscale toezicht- als opsporingstaken te geven. Dit betekent dat de B.B.I. tevens een strafrechtelijke opdracht zal krijgen en samen met het fiscaal auditoraat zal instaan voor de vervolging van de fiscale fraude. Een aantal ambtenaren van de B.B.I. krijgen hiertoe het statuut van officier van gerechtelijke politie en dit onder toezicht van naargelang het geval de fiscale auditeur of de onderzoeksrechter. Deze ambtenaren van de B.B.I. zullen zelf de bevoegdheid hebben om fiscale misdrijven vast te stellen en om de nodige informatie in te winnen in hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, daar waar het parket in de huidige stand van de wetgeving een beroep moet doen op derden die dit statuut bezitten. Met deze hervorming wordt de fiscale expertise op overheidsniveau aldus optimaal benut om de ernstige fiscale fraude te bestrijden. De ambtenaren van de B.B.I. en de fiscale auditeurs zijn ongetwijfeld het best geplaatst om het belang en de ernst te beoordelen van overtredingen op de fiscale wetgeving. Bovendien wordt het onderzoek van de ernstige fiscale fraudegevallen door deze hervorming niet meer op het administratieve niveau geconcentreerd, doch wel op het strafrechtelijk niveau. Dit heeft als consequentie dat tijdens het strafonderzoek veel ingrijpender onderzoeksmaatregelen kunnen worden genomen dan tijdens het fiscaal onderzoek, hetgeen uiteraard enkel maar voordelen kan bieden bij het achterhalen van de fiscale waarheid. Bovendien heeft een dergelijk systeem ook een preventieve werking. Belastingplichtigen met potentiële frauduleuze bedoelingen weten dat zij in het nieuwe systeem veel vlugger in het strafrechtelijk vervolgingscircuit zullen terechtkomen hetgeen ongetwijfeld op potentiële fiscale criminelen een drempelverhogende werking zal hebben
Maatregel IV - De oprichting van een overlegstructuur voor de strijd tegen de fiscale fraude
In het kader van de strijd tegen het zwartwerk en de sociale fraude bestaat er een permanente overlegstructuur voor het coördineren van de verschillende acties van de arbeidsinspecties en sociale inspecties. Zowel de sociale inspectiediensten als de fiscale administratie, het parket van de procureur des Konings en de Federale Politie maken deel uit van deze overlegstructuur. Met het oog op de naleving van de fiscale wetgeving voorziet mijn wetsvoorstel in een gelijkaardig overlegplatform tussen het gerecht en de fiscale administratie zodat de Regering over een soepel en doeltreffend permanent institutioneel kader beschikt om het hoofd te bieden aan de fiscale fraude.
Maatregel V - Wijziging in de bestraffing van fiscale fraude
Het wetsvoorstel heeft tevens tot doel eenheid te brengen in de wijze waarop fiscale overtredingen worden bestraft door de overheid. Als dusdanig beoogt het voorstel hiermee eenheid en transparantie te creëren in het fiscaal sanctiebeleid en aldus rechtszekerheid te bieden aan rechtsonderhorigen die de fiscale wetgeving hebben overtreden. Anders dan hetgeen nu het geval is heeft het voorstel tot doel duidelijkheid te verschaffen aan de rechtsonderhorigen op het vlak van de sanctionering die zij mogen verwachten wanneer zij de fiscale wetgeving overtreden. Het voorstel beoogt hiermee preventief te werken ten aanzien van potentiële fraudeurs. Zo is er op financieel vlak een groot verschil tussen de fiscaal-administratieve sancties en de fiscaal-strafrechtelijke geldboetes. Daar waar de fiscaal-administratieve sancties kunnen oplopen tot 200% van de ontdoken belasting en aldus astronomisch hoog kunnen zijn, blijven de fiscaal-strafrechtelijke geldboeten beperkt tot maximaal 12.500 Euro welke ook de omvang van de fraude moge zijn. Het wetsvoorstel maakt aan deze anomalie een einde door te voorzien dat ook de strafrechtelijke sancties kunnen oplopen tot 200% zodanig dat de strafrechter zware fraudeurs evenredig zwaar kan bestraffen door hen financieel te treffen. Tezelfdertijd voorziet het voorstel in de vervanging van het bestaande systeem van cumulatieve fiscale sanctionering door een systeem van alternatieve fiscale sanctionering. Naar analogie met het huidige systeem van sanctionering van sociale fraude, zal de overheid op het vlak van de sanctionering van fiscale fraude de keuze moeten maken om de zaak hetzij administratief, hetzij strafrechtelijk af te handelen. Hiermee wordt de dubbele bestraffing vermeden die over het algemeen als onrechtvaardig wordt beschouwd en die strijdig is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.